Word je gepest? Of zie je dat iemand anders wordt gepest? Praat erover. Je hoeft het niet zelf op te lossen. Op school kun je hulp krijgen en samen kijken wat er nodig is om het pesten te stoppen.

Pesten is wanneer iemand steeds opnieuw wordt lastiggevallen, buitengesloten of pijn wordt gedaan. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • iemand uit te schelden of uit te lachen;
  • iemand buitensluiten;
  • gemene dingen over iemand vertellen;
  • iemand bedreigen of pijn doen;
  • spullen afpakken of kapotmaken;
  • nare berichten, foto's of filmpjes sturen.

Pesten kan op school én online gebeuren. Online pesten noemen we cyberpesten.

Je kunt op verschillende plekken hulp vragen:

  • Je mentor of docent: vertel wat er gebeurt en vraag om hulp.
  • De vertrouwenspersoon: je kunt hier praten als je iets moeilijk vindt om te vertellen.
  • De anti-pestcoördinator: deze persoon helpt de school bij het voorkomen en aanpakken van pesten.
  • Stop Pesten Nu: hier vind je informatie en hulp over pesten.

Je kunt ook hulp vragen als je ziet dat iemand anders wordt gepest.

  • Wacht niet te lang: vertel het als je wordt gepest. Hoe eerder je hulp vraagt, hoe eerder er iets kan gebeuren.
  • Bewaar berichten: bij cyberpesten kun je berichten, foto's en screenshots bewaren als bewijs.
  • Blokkeer de pester: bij online pesten kun je iemand blokkeren en het bericht of account melden.
  • Blijf er niet alleen mee zitten: praat met iemand die je vertrouwt, zoals een ouder, docent, mentor of vriend.
  • Pesten is nooit jouw schuld: niemand verdient het om gepest te worden.
  • Zie je iemand anders worden gepest? Kom voor die persoon op of vertel het aan een volwassene.

Nora krijgt steeds gemene berichten in de groepsapp van haar klas. Ook wordt ze op school buitengesloten. Ze maakt screenshots van de berichten en vertelt haar mentor wat er gebeurt. Samen bespreken ze wat er nodig is om het pesten te stoppen. De mentor schakelt de persoon op school in die helpt bij de aanpak van pesten.