Praktijk Onderwijs

Praktijkonderwijs is voortgezet onderwijs voor jongeren die beter leren door te doen. Je krijgt naast gewone vakken veel praktijklessen en begeleiding. Je leert niet alleen voor school, maar ook vaardigheden die je later nodig hebt voor werk en zelfstandig leven.

Praktijkonderwijs (pro) is een vorm van voortgezet onderwijs. Je krijgt les in bijvoorbeeld Nederlands, rekenen en burgerschap, maar ook veel praktijkonderwijs.

Je kunt bijvoorbeeld leren:

  • koken en schoonmaken;
  • werken met gereedschap;
  • omgaan met geld;
  • solliciteren;
  • werken en samenwerken;
  • zelfstandig reizen.

Een belangrijk onderdeel van praktijkonderwijs is stage. Zo doe je ervaring op bij een bedrijf of organisatie.

Praktijkonderwijs is vooral gericht op het voorbereiden op werk, zelfstandig leven en meedoen in de maatschappij. Soms kun je vanuit het praktijkonderwijs doorstromen naar een vervolgopleiding, bijvoorbeeld het mbo.

Je krijgt aan het einde van het praktijkonderwijs geen regulier vmbo-diploma. Je kunt wel certificaten, getuigschriften of andere bewijzen krijgen van wat je hebt geleerd en welke vaardigheden je hebt behaald.

Je kunt niet zelf zomaar voor praktijkonderwijs kiezen. De school kijkt samen met jou en je ouders/verzorgers of praktijkonderwijs bij je past.

Voor toelating is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor praktijkonderwijs nodig. Het samenwerkingsverband passend onderwijs in jouw regio beslist hierover.

De basisschool kan helpen bij de aanvraag als je vanuit groep 8 naar het praktijkonderwijs gaat. Zit je al op een andere middelbare school? Dan kan je school je helpen als praktijkonderwijs beter bij je past.

Kun je niet zelfstandig naar school reizen? Dan kun je soms leerlingenvervoer van de gemeente krijgen. Daarvoor gelden voorwaarden en moet je dit bij je gemeente aanvragen.

Meer informatie vind je bij:

  • Je leert veel door te doen: praktijklessen en stages zijn een belangrijk onderdeel.
  • Je krijgt ook gewone lessen: Nederlands, rekenen en andere vakken blijven onderdeel van het onderwijs.
  • Je hebt een TLV nodig: het samenwerkingsverband bepaalt of je wordt toegelaten.
  • Je krijgt geen regulier vmbo-diploma: je kunt wel certificaten en andere bewijzen van je vaardigheden behalen.
  • Stage is belangrijk: je doet werkervaring op en ontdekt welk werk bij je past.
  • Je kunt soms doorleren: vanuit praktijkonderwijs zijn verschillende vervolgstappen mogelijk, afhankelijk van wat bij jou past.
  • Leerlingenvervoer is niet automatisch geregeld: je moet hiervoor bij je gemeente kijken of je ervoor in aanmerking komt.

Lotte is 14 jaar en leert beter door te doen dan door alleen uit boeken te leren. Op het praktijkonderwijs krijgt ze les in Nederlands en rekenen, maar leert ze ook koken, werken in een winkel en omgaan met geld. Ze loopt stage bij een kapsalon. De school helpt haar om te ontdekken welk werk bij haar past en welke vervolgstap ze na school kan zetten.